Deze weblog is verhuisd naar http://bderoos.wordpress.com

***

Dit is een internetpagina van Bastiaan de Roos.

***

Deze site was in gebruik tussen mei 2004 en augustus 2011.

***

Deze site is ‘statisch’; er verschijnen geen nieuwe berichten meer op.

***

Deze weblog is voortgezet op bderoos.wordpress.com .

***

Belangstellenden zijn daar van harte welkom!

 

augustus 1, 2006
By on 08:45
1 Samuel 16 over goed gevoel

Je hoort nog wel eens zeggen dat het predikanten aan invoelingsvermogen ontbreekt. Ach ja, hun preken zijn wel goed. Maar het lijkt soms wel of zij de gemeente amper kennen. De dominees weten niet wat er speelt. Zij weten niet wat er zoal aan de hand is. Kennen zij hun schapen wel? Lezen zij wel eens een krant?
Natuurlijk: het bovenstaande is enigermate gechargeerd. Maar toch…
Toch ligt de oorzaak van veel malaise op en rond het kerkplein ergens ánders.
Want feitelijk komt het erop neer dat we met z’n allen de diepe wens koesteren dat ons gevoel meer méételt in de kerk. Niet zelden hebben wij het idee dat wij niet gezien worden in de kerk. En dat is niet prettig. Nee, dat is geen fijn gevoel.

In de Bijbel wordt wel degelijk aandacht voor het gevoel gevraagd. Daar kan het dus niet aan liggen.

Ik wijs u in dit verband op 1 Samuel 16.
De dienaren van Saul constateren daar dat een door God gezonden boze geest negatief in het leven van Saul werkt. Saul is angstig. Misschien, zo suggereren de hovelingen, kunnen we eens een citerspeler laten aanrukken. ‘Dan voelt u zich wat beter’.
Het plan van ‘s konings personeel wordt uitgevoerd. David, de zoon van Isaï, blijkt een bekwaam muzikant. Zijn spel brengt de ziel van de koning tot rust. Er staat: dat citerspel “schonk Saul verlichting, hij voelde zich beter en de boze geest week van hem”1.

In Gods Woord is heus wel attentie voor het gevoel.

In 1 Samuel 16 staat dat gevoel heel rechtstreeks in verband met de wil van de Here.
David is kort geleden gezalfd. “Van die dag af greep de Geest des HEREN David aan. Maar van Saul was de Geest des HEREN geweken”2. Dat slechte gevoel staat dus in verband met de troonswisseling die de Here in de zin heeft.

De schrijver van het verhaal typeert David als een man die, in zekere zin, genezend werkt.
De beschrijving doet denken aan de karakteristiek die in Handelingen 1 van de Here Jezus wordt gegeven. In dat hoofdstuk legt Petrus aan Cornelius en de zijnen uit “hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd”. Petrus voegt eraan toe: “Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem”3.
In zijn tijd is Davideen voor-beeld: zo zal de Here Jezus Christus later leven en werken.

Wij zijn geneigd om te vragen: dat David een beeld van Jezus is, dat kan Saul toch niet precies weten?
Dat klopt.
Maar de zaak ligt ietwat dieper. Saul had de Here vaarwel gezegd. Dat staat in 1 Samuel 15. Leest u maar even mee: “Maar Samuel zeide tot Saul: Ik zal met u niet terugkeren, want gij hebt het woord des HEREN verworpen; daarom heeft de HERE u verworpen, dat gij geen koning meer over Israel zult zijn”4.
Saul kan op z’n minst vermóeden dat zijn angstpsychosen en zijn waanzin de plaats hebben ingenomen van de Geest des Heren. De aardse koning heeft zijn hemelse Opdrachtgever verlaten. Saul heeft de Schepper van hemel en aarde gepasseerd. En dat is levensbedreigend!

Het gevoel van Saul speelt in 1 Samuel 16 nóg een rol.
Kijkt u maar: “Zo kwam David bij Saul en werd zijn dienaar. Deze hield veel van hem, en hij werd zijn wapendrager. Daarom zond Saul tot Isaï de boodschap: Laat David toch in mijn dienst blijven, want hij heeft mijn genegenheid gewonnen”5.
Wat voor liefde is dat? Het is genegenheid waarbij gerekend wordt op een tegenprestatie: zolang Saul geen nare angsten meer krijgt, is hij tevreden6.
Dat de Here de regie over het menselijk leven voert, is voor Saul geen hoofdzaak meer.

De leiding in ons leven berust bij de Here God.
Het komt mij voor dat daar de kern van 1 Samuel 16 zit.

Gereformeerden willen hun gevoel laten meetellen.
Het gevoel krijgt een plaats in de erediensten.
Wij willen ons, zo zeggen we tegen elkaar, thuis voelen in de kerk. Wij hopen op een flinke portie gezelligheid. Wij verwachten een beste brok gelijkgezindheid.
Is dat alles verkeerd?
Nee.
Uit 1 Samuel 16 leren wij dat het gevoel in de kerk een legitieme plaats heeft. Maar wij leren óók dat de Here in het verbondvan ons eist dat dat gevoel passen moet bij Zijn plan met deze wereld.

Iemand schrijft over deze geschiedenis: “Het is alsof God door deze daad Saul een laatste kans geeft om zich tot God te bekeren. En Saul gaat van David houden. Helaas houdt hij van David, zoals zoveel mensen van de Heer Jezus houden. Zolang ze verlichting van hun angsten en andere nare dingen krijgen, is Hij in hun leven een welkome Gast. Maar zodra ze gaan merken dat Hij in hun leven de eerste plaats behoort te hebben, dat het eigen ‘ik’ van de troon moet en dat Hij alle gezag in handen moet hebben, wordt Hij verdreven, net zoals Saul met David zal gaan doen”7.

In 1 Samuel 16 leren we bidden: Uw wil geschiede.
Oftewel: laat ons gevoel parallel lopen met Uw werk.
Of ook: breng onze emotie in lijn met Uw plan.

Gezelligheid in de kerk? Dat is meegenomen.
Gelijkgezindheid in de kerk? Daar hoort u mij niet over klagen.
Maar het raakt de kern van het kerk-zijn niet.
De essentie van de kerk zit ‘m in het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland. En dat wil ik vandaag weer eens nadrukkelijk zeggen.

Noten:
1. Zie 1 Samuel 16:14-23.
2. 1 Samuel 16:13 en 14.
3. Handelingen 10:38.
4. 1 Samuel 15:26.
5. 1 Samuel 16:21 en 22.
6. Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/OS1201.pdf .
7. Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1201.pdf , p. 52 en 53.

augustus 24, 2011
By on 08:45
Tabitha’s goede werken (en die van ons)

De geschiedenis van Tabitha in Handelingen 9 heeft iets vreemds.
Tabitha is iemand die bekend staat om haar goede werken, en om haar vrijgevigheid. En juist zij wordt door de Here weggenomen.  
Dat lijkt onlogisch. De Handelingen bevatten verhalen over de verbreiding van het Evangelie. Wat de impact van die blijde Boodschap is laat Tabitha zien. Dat Goddelijke redding reeds in dxe9ze wereld effect heeft, toont Tabitha in heel haar leven. En juist haar taak lijkt nu volbracht. Is dxe1t nu niet merkwaardig1?
Toch niet.
Want door de opstanding van Tabitha, die de Here bewerkt na een gebed van Petrus, komen heel wat mensen tot geloof in de God van het leven2. Zonder twijfel levert het geloof van al die nieuwe christenen nog mxe9xe9r goede werken op.
Het werk van de Here gaat door! 

Als u het mij vraagt, toont de historie rond Tabitha ons wat 'goede werken' zijn: dat zijn activiteiten waarmee het werk van de Hxe9re doorgang vindt.

Tabitha maakt waarschijnlijk deel uit van een team weduwen dat in de gemeente van Joppe werkt. De schrijver der Handelingen tekent haar als een vooraanstaand medewerkster van de gemeente. Haar dood is dus een hele klap3.
Maar juist het feit dat de Here haar opstanding bewerkstelligt, laat zien dat de Here de wereld overwint. 

Tabitha woont en werkt dus  in Joppe; anno 2011 noemen we die stad Jaffa.
Vanouds wordt die stad beschermd door zee- en  visgodinnen. In het jaar 79 meldt een Romeinse schrijver dat in Joppe de visgodin Ceto wordt vereerd.  De stad wordt - om zo te zeggen - reeds sinds vele, vele jaren beheerst door de vrees voor de krachten van de zee.
Dat het geloof in Jezus Christus vaste voet in de stad krijgt, is in feite een regelrechte omwenteling4. De energie van de zee wordt vervangen door de leiding van de Here God. De Schepper van hemel en aarde laat zien dat Hij macht over dood en leven heeft. De leiding in Joppe is niet in handen van afgoden.

De goede werken van Tabitha verbleken bij de grote daden van God.
En feitelijk is dat in Handelingen 9 de bedoeling ook.
Goede werken laten – als het goed is – zien dat de Here God op aarde onbetwist de leiding heeft. En de levensgeschiedenis van Tabitha toont onomstotelijk aan dat Hij Zijn kinderen beschermt. Hijzxe9lf zorgt er voor dat Zijn kerkvergaderend werk voortgang vinden kan.  
Gods kinderen op aarde kunnen en moeten Hem dienen. Zo uiten zij hun dankbaarheid voor Zijn reddingswerk. Want zichzelf zalig maken…, nee – dxe1t kunnen zij niet.

Het lijkt mij van groot belang dat wij deze zaken goed voor ogen hebben. 
Vandaag vertellen allerlei mensen ons, soms impliciet, dat we met goede werken een heel eind komen.

Neem nou die imam die in het Nederlands Dagblad aan het woord kwam. Gisteren, maandag 22 augustus, werd hij in de krant geciteerd. De moslimleidsman sprak over schuld en verzoening.
In het ND stond: "Imam Sharief Goelag uit Zwolle gaat (…) in op zonde, schuld en verzoening. x91Verzoening met God? Dat kennen wij niet zo in de islamx92, zegt de islamitische geestelijke. Je moet je geestelijke plichten doen en dat is voldoende. x91Besef je dat je een zonde hebt begaan, zit het je echt dwars en zweer je het niet weer te doen, dan toon je berouw. Je biedt God je welgemeende excuus aan en vraagt om vergeving; dan is God barmhartig en zal Hij je vergevenx92"5.
Als je je geestelijke plichten maar doet, zal God je in Zijn armen sluiten. Een welgemeend excuus wil de hemelse Heer gaarne aanvaarden; in Zijn ogen is dat een buitengewoon goede zaak. Als je zxe9lf bepaalde initiatieven neemt, zal Hij je met vreugde weer in genade aannemen.
Ziet u dat dit een beetje naar goede werken ruikt?

Het is, naar ik aanneem, nu wel duidelijk hoe ik tot de hoofdgedachte van dit stukje gekomen ben.
Die hoofdgedachte is: goed beschouwd is Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus nog reuze actueel.

Graag citeer ik uit die vierentwintigste zondagsafdeling van de catechismus  het antwoord op de vraag waarom onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan kunnen zijn.
De Heidelberger leert ons: "Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn".
Mijn conclusie is: alleen hemelse genade kan ons redden.

De historie rond Tabitha in Handelingen 9 bewijst het eens te meer: met goede werken komen we er niet.
De kwestie van dood en leven hebben wij niet in de hand.

Wat staat ware gelovigen in deze situatie te doen? 
Exe9n ding slechts: zij mogen kinderlijke dankbaarheid tonen6

Noten:
1. De geschiedenis van Tabitha staat in Handelingen 9:36-42.
2. Zie Handelingen 9:40-42: "Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neder en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zeide: Tabitha, sta op! En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten, en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en de weduwen en stelde haar levend voor hen. En het werd bekend door geheel Joppe en velen kwamen tot geloof in de Here".
3. Dr. John van Eck, "Handelingen: de wereld in het geding". – Kampen: Uitgeverij Kok, 2003 (tweede druk: 2005). – p. 232 en 233.
4. Zie http://www.nissaba.nl/godinnen/beschrt.shtml .
5. "Leven (z)onder de wet" (rubriek: Blogs & Bladen). In: Nederlands Dagblad, maandag 22 augustus 2011, p. 2. Het ND citeerde op haar beurt uit 'Wegwijs', orgaan van de Gereformeerde Bijbelstudiebond.
6. Ik citeer Heidelbergse Catechismus – Zondag 24, antwoord 62. De genade en de dankbaarheid komen achtereenvolgens aan de orde in de antwoorden 63 en 64 van diezelfde Catechismuszondag.

augustus 23, 2011
By on 08:45
Het refrein van de antithese

'Staat u open voor nieuwe visies? – Doe de test'.

Die vraag met uitnodiging kunnen wij tegenkomen op de website van het dagblad Trouw.
De vraag brengt ons bij de Fundi-test. "Ontdek hoe fundamentalistisch u bent door te reageren op de volgende 14 stellingen. We onderscheiden religieus en niet-religieus fundamentalisme". 
Ik heb de test gedaan. En ik kwam uit op een score van 79%.
Er stond een toelichting bij die als volgt luidde.
Fundamentalisme: 70%
Fundi Light: U bent zeker geen geharnaste fundamentalist. Maar als u eerlijk bent, dan weet u dat u aan de buitenkant wel tolerant lijkt, maar vanbinnen wel erg overtuigd bent van uw eigen gelijk
Religieus fundamentalisme: 100%
Doorgewinterde fundamentalist: U bent de prototypische religieuze fundamentalist. Uw opvattingen zijn godsdienstig en u gunt anderen weinig ruimte voor een afwijkende visie. Het liefst legt u uw overtuiging op aan iedereen"1.
Gezien mijn score valt het met mijn fundamentalisme nog een beetje mee. Geloof ik. Ik ben maar zo vrij om mezelf vooralsnog te beschouwen als een fundamentalist zonder harnas…

Zo'n testje doe je met een glimlach. Je doet 'm – bijvoorbeeld - op een vrijdagmiddag, als je even niet te diep meer wilt nadenken.

Paradoxaal genoeg brengt zo'n test mij tot enkele overpeinzingen.

Want het kietelt als ik lees: "Uw opvattingen zijn godsdienstig en u gunt anderen weinig ruimte voor een afwijkende visie. Het liefst legt u uw overtuiging op aan iedereen".
Ware godsdienst betekent klaarblijkelijk dat je anderen weinig vrijheid geeft.

Dat kriebelt omdat het ten principale onzin is.
Gelovigen leggen hun overtuiging niet aan anderen op. Dat kxfannen zij ook niet.
Gelovigen gunnen heel veel mensen wel eeuwig leven en onbegrensde vreugde. En zij weten ook dat er - met betrekking tot de toekomst van de wereldburgers – slechts twee keuzes zijn: eeuwig leven en de buitenste duisternis.
Het is een keuze die op de lange termijn grote gevolgen heeft. Dan is het toch geen wonder dat christenen dringende oproepen doen aan de mensen om hen heen? Onze evangelisatie is toch geen verzameling vrijblijvende mededelingen over de verschillende opties die mensen hebben als het gaat over de vormgeving van hun toekomst?

Persoonlijk kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat dat zogeheten fundamentalisme voor velen irritant is omdat er geen grijs gebied bestaat.
Het is ja of nee. Het is wel of niet. Het is voor of tegen Christus.
Maar in de godsdienst is het nooit: een beetje. Het is nimmer: enigszins. Het geloof is niet iets dat in zekere mxe1te deel van ons leven uitmaakt.
Alleen dxe1xe1rom al vind ik dat woord 'fundamentalisme' iets merkwaardigs hebben. Wij moeten, denk ik, maar niet bangelijk worden als men ons ietwat te principieel vindt.  

Gods Woord gaat ons erin voor om scherpe tegenstellingen te maken.
Als de Here in Exodus 23 Zijn volk voorbereidt op het verblijf in hun nieuwe vaderland – Kanaxe4n -waarschuwt Hij voor de introductie van afgoden: "Gij zult u niet nederbuigen voor hun goden noch hen dienen en gij zult niet doen naar hun werken, maar gij zult ze volkomen vernielen en hun gewijde stenen zult gij geheel verbrijzelen. Maar gij zult de HERE, uw God, dienen; dan zal Hij uw brood en uw water zegenen en Ik zal ziekte uit uw midden verwijderen"2.
Maar gij…: dat is in de Bijbel het refrein van de antithese.
Zie bijvoorbeeld ook Jesaja 41. Denk niet… – zo zegt de Here daar – denk niet dat Mijn volk weinig voorstelt. Want Ik geef de natie van verloste kinderen werkkracht en slagkracht. Als in Israxebl dingen gebeuren, dan heeft dat grootse effecten omdat Ik daar Zelf achter zit. Er is welvaart. En er is welzijn. Er staat: "… maar gij zult juichen in de HERE"3.
Zie ook Matthexfcs 6. Jezus maakt daar duidelijk dat geloof en godsdienst geen shows moeten worden. Kerkmensen hoeven heus niet te demonstreren hoe gelovig zij wel zijn. Ik lees: "… Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer"4.
Ik noem ook Paulus die in 1 Corinthixebrs 6 zijn lezers stimuleert om als kinderen van God te leven. Door de kracht van Jezus Christus en de energie van Gods Geest lxfakt dat ook. Ik citeer: "Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God"5.     
De Here Zelf crexebert het grootste verschil ter wereld. En Hij roept Zijn kinderen op om dat contrast ook te blxedjven tonen.

Het geloof is niet een bepaalde visie op het leven.
Het geloof levert kennis op. Om het maar kort door de bocht te zeggen: wij weten een paar dingen over de toekomst van deze wereld. Die kennis heeft de Here ons gegeven. De wetenschap die wij over het verdere verloop van de wereldgeschiedenis hebben, brengt ons er toe om - met vreugde en zonder reserves -  de Here Jezus Christus te volgen.
Wij kunnen ons geloof niet aan anderen geven. En wij moeten dat al helemxe1xe1l niet aan anderen opdringen.
O ja, ware gelovigen willen best tolerant zijn. En meegaand. En gexefnteresseerd in de levens van mensen om ons heen.

Intussen leert de Heiland Zijn kinderen wxe9l het refrein van de antithese: "maar gij…".
Dat keervers klinkt voor het laatst in Openbaring 3: "Ik weet uw werken: zie, Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven, die niemand kan sluiten; want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend"6
Op die manier brengt kleine kracht txf3ch iets groots teweeg!

Noten:
1. Zie http://www.trouw.nl/tr/nl/4464/Religie-Filosofie/integration/nmc/frameset/test/funditest.dhtml .
2. Exodus 23:24 en 25.
3. Zie Jesaja 41:14-16: " Vrees niet, gij wormpje Jakob, gij volkje Israxebl! Ik ben het, die u help, luidt het woord des HEREN, en uw Verlosser is de Heilige Israxebls. Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dorsslede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken. Gij zult ze wannen, en de wind zal ze opnemen en de storm zal ze verstrooien; maar gij zult juichen in de HERE, u beroemen in de Heilige Israxebls".
4. In het verband van Matthexfcs 6:5 en 6 staat het zxf3: "En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden".
5. Ik citeer hier de tekst in het verband van 1 Corinthixebrs 6:10 en 11: "Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters, zullen het Koninkrijk Gods niet bexebrven. En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God". 
6. Openbaring 3:8.

augustus 22, 2011
By on 08:45
Doelloze religie

Religie is hot.
Op het sociale medium Facebook gaan de meeste bezoekers naar een religieuze pagina. Het Nederlands Dagblad meldt ons in dat kader: "Op de eerste plaats staat de pagina Jesus Daily, met meer dan 3.7 miljoen bezoekers per week. De pagina biedt fragmenten uit de Bijbel, fotox92s en nieuws over geloof en christelijke organisaties" (…). "De Bijbel staat op plaats 4, en x91Jezus Christusx92 op plaats 9, een plaatsje lager komt de pagina God is goed (Dios es bueno). x91Ik ben moslim en ik ben trotsx92 eindigt op de 15e plek, boven paginax92s als FC Barcelona, Barack Obama en Lady Gaga"1.

Dat religie een actueel thema is, merkt men ook in de economie. Supermarkten Lidl en Plus spelen uitgebreid in op het suikerfeest van de moslims.
"x91Het is vergelijkbaar met Kerst, daarom verbaast het dat niet meer winkels er op inspelenx92, zegt strategisch adviseur Melissa Imansoeradi van onderzoeksbureau Labyrinth. x91Maar de Allerhande van Albert Heijn besteedt er geen aandacht aan'". 
Veel supermarkten kiezen de veilige weg. "De politieke context is zo beladen dat ze liever buiten de discussie blijven"2.

Persoonlijk zie ik een sprankje vreugde omdat we als Gereformeerde mensen nog kunnen appelleren op religieuze gevoelens van mensen om ons heen. Er is nog een aanknopingspunt om over geloof te spreken. Dat is tenminste xedets.
Maar overigens betwijfel ik of wij met deze ontwikkeling echt blij moeten wezen.

Want laten we wxe9l zijn: religie is de verzamelnaam voor de vele vormen van zingeving die onze samenleving kent. Het zoeken naar betekenisvolle verbindingen in het leven is reuze modern.
Gxf3dgeleerdheid is, in de strikte zin des woords, volledig uit de tijd. Meent men.

In de internetencyclopedie Wikipedia staat het volgende te lezen.
"De westerse theologie houdt zich bezig met inhoudelijke beschrijvingen en discussies omtrent het godsbegrip, zichtbare en onzichtbare elementen met betrekking tot het geschapen universum en de verhouding van Schepper tot schepping en omgekeerd. De theologie neemt daarbij niet het standpunt in dat God bestaat, maar een agnostisch standpunt: de vraag naar het al dan niet bestaan van God komt niet aan de orde, omdat daar wetenschappelijk gezien geen antwoord op gegeven kan worden. Theologie houdt zich bezig met hoe religie functioneert of gefunctioneerd heeft"3.
Dat klinkt deftig.
Als ik het goed begrijp, houden theologen zich bezig met de vraag hoe de Here God bij mensen xf3verkomt. En met allerlei aspecten van Gods scheppingsarbeid. En met de relaties tussen Schepper en schepselen.
Maar theologen zijn gedurende hun hele leven tamelijk zielig en ietwat nooddruftig. Het ultieme wetenschappelijk bewijs van het Godsbestxe1xe1n zullen zij gedurende hun gehele carrixe8re namelijk niet vinden.
Menselijk bezien hebben theologen in hun beroepsarbeid bitter weinig perspectief.

Religie kan men, zo delen kenners ons geestdriftig mede, op verschillende manieren bekijken.
Er wordt gepraat op het individuele niveau: onze ervaring.
Er wordt gesproken op het cognitieve niveau: onze gedachten over God en Bijbel.
Er wordt gediscussieerd op het sociale niveau: religie werkt samenbindend in een maatschappij4.
Dat klinkt allemaal prachtig.
Het probleem is alleen dat de Here niet in niveaus denkt.

Ik wijs u op Spreuken 25:
"Het is Gods eer een zaak te verbergen,
maar der koningen eer een zaak uit te vorsen.
De hoogte des hemels, de diepte der aarde
en het hart der koningen is niet te doorvorsen"5.
Salomo draait er niet omheen: de Schepper van hemel en aarde is ronduit ontzagwekkend; zelfs een kxf3ning kan daar niet tegen op. 

In Spreuken 25 tot en met 29 staan "spreuken van Salomo, welke de mannen van Hizkia, de koning van Juda, hebben bijeengebracht"6.
Overheden en koningen hebben, zo stelt Salomo zonder omwegen vast, de macht om onderzoek te laten doen. De resultaten van die research worden vervolgens gebruikt in de rechtspraak: bij het stellen van regels en bij het uitvaardigen van nieuwe wetten.
Hoe dat zij: er is een grens aan het menselijk analyseren en deduceren. Er zijn zaken die de Here God geheim houdt. Wij weten heel goed dat Hij vanuit de hemel grote dingen tot stand brengt. Maar op welke manier Hij dat doet, blijft meestentijds duister.
Wat moeten kinderen van God in die situatie doen?
Leven met God: dat is leven in eerbied.
Leven met God: daarvoor is ootmoed nodig.

Ik herinner u in dit verband aan 1 Koningen 19, een hoofdstuk waarin de Here aan Elia verschijnt.
In dat Schriftgedeelte horen we over een indrukwekkende, sterke, verzengende en vernietigende wind.
En over een aardschok.
En over een uitslaande brand, waar geen brandweerman iets aan kan doen.
En dan… - nxe1 al dat natuurgeweld is er opeens een merkwaardige klimaatverandering: een zachte koelte. Nee, wij lezen niet dat de Here in die zachte koelte aanwezig is. Uit het tekstverband blijkt simpelweg dat Elia weet: dxedt is de majesteit van de Here. Niet dat Elia er iets van ziet; hij gebruikt zijn profetenmantel als blinddoek. Hij hoort slechts de stxe9m van de Here7. De genadige God laat blijken wat de atmosfeer is waarin Zijn volk leven mag! 
De gebeurtenissen op deze aarde zijn, ook vandaag nog, voor kleine mensen krachtige hulpmiddelen om te leren begrijpen dat zij naar de Here God toe moeten komen om behouden te worden. Als zij dat doen, zal de Here als een liefhebbende Vader tot hen spreken: wat doet gij hier? Of ook: waar bent u eigenlijk mee bezig?

Er is een grens aan alle menselijke analyses, zo schreef ik hierboven.
Wat dit betreft wijs ik u ook graag op het slot van Romeinen 11.
In de hoofdstukken 9, 10 en 11 van Paulus' brief aan de Romeinen gaat het over het moeilijke vraagstuk van Gods uitverkiezing. Gods keuze heeft veel te maken met Zijn grondeloze ontferming. Gods keuze heeft alles van doen met Zijn onmetelijke energie8. Wij hoeven niets anders te doen dan te geloven in de Here God en Zijn beloften9.
De Here koos mensen uit om Zijn kinderen te zijn. Waar was die keuze precies op gebaseerd?Niemand die dat tot op de millimeter uitleggen kan. Er blijft ons niets anders over dan Gods genade te bewonderen.
Paulus schrijft dan ook: "O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!"10.

De koning uit Spreuken 25 had groot gelijk:  ik heb veel macht en ik kan heel wat dingen grondig bestuderen; maar er zxedjn zaken die behoren tot de Goddelijke verborgenheden.

Anno Domini 2011 is religie reuze eigentijds.
Er wordt veel over gepraat. Sociale media staan vol discussies die de hogere gedachten betreffen.
Massa's mensen kunnen die religieuze zaken eindeloos doorlichten.
Maar al dat gepraat en geschrijf zal uiteindelijk niet zoveel helpen.
De Here gebiedt ons om naar Hem te luisteren.
De Here gebiedt ons om Hem te aanbidden

Religie is hot.
Maar als men niet in God gelooft dient religie nergens toe.
Het is doelloos.
Volstrekt ijdel.

Noten:
1. "Religie 'hot' op Facebook". In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 augustus 2011, p. 2.
2. "Lidl en Plus omarmen Suikerfeest". In: Nederlands Dagblad, donderdag 18 augustus 2011, p. 3.
3. Zie hierover http://nl.wikipedia.org/wiki/Religie .
4. Zie http://wetenschap.infonu.nl/diversen/53814-het-begrijpen-van-religie.html .
5. Spreuken 25:2 en 3. 
6. Spreuken 25:1.
7. 1 Koningen 19:11-13: "En zie, toen de HERE juist zou voorbijgaan, was er een geweldige en sterke wind, die bergen verscheurde en rotsen verbrijzelde, die voor de HERE uitging. In de wind was de HERE niet. En na de wind een aardbeving. In de aardbeving was de HERE niet. En na de aardbeving een vuur. In het vuur was de HERE niet. En na het vuur het suizen van een zachte koelte. Zodra Elia dit hoorde, omwond hij zijn gelaat met zijn mantel, ging naar buiten en bleef in de ingang van de spelonk staan. En zie, er kwam tot hem een stem, die sprak: Wat doet gij hier, Elia?".
8. Romeinen 9:15-18: "Want Hij zegt tot Mozes: Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn. Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt. Want het schriftwoord zegt tot Farao: Daartoe heb Ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn kracht zou tonen en mijn naam verbreid zou worden over de gehele aarde. Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil".
9. Romeinen 10:11-13: "Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, xe9xe9n en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen;  want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden".
10. Romeinen 11:33. 

augustus 19, 2011
By on 08:45
De onzorgvuldigheid van Zarayda

Zarayda leest de Bijbel niet meer.
Dat stond gisteren, dinsdag 16 augustus, in het Nederlands Dagblad. Het verhaal ging over BNN-presentatrice Zarayda Groenhart.
Haar verhaal is, goed beschouwd, tamelijk treurig. Ik geef twee citaten.
1.
"Zarayda is op haar bijna-twintigste aangerand door x91iemand die wij als gezin goed dachten te kennenx92. Het begon met een vluchtig kusje op de bank, en eindigde in een worsteling, waaraan Zarayda zich wist te onttrekken. x91Als een man tegen je zin je lichaam grijpt, voelt het alsof jij elk houvast verliest. Je begrijpt niet wat er gebeurt, je gelxf3xf3ft niet wat er gebeurt'".
2.
"Op een dag sloeg ik in mijn wanhoop de bijbel open en kwam ik een verhaal tegen over verkrachting. De kern was dat die vrouw het moest verzwijgen, omdat ze anders iedereen in haar omgeving te schande zou maken. Daar spuug ik op. Ik heb nog wel spirituele gevoelens, maar dat moment was mijn afscheid van godsdienst, van de cultuur van het geloof"1

Er zijn Zarayda verschrikkelijke dingen overkomen. 
Ik  hoor er wel eens vaker van. Iedere keer als ik erover lees of hoor, schaam ik mij. Plaatsvervangend.
Wat kxfannen mensen toch diep weg zakken!
Natuurlijk: wij zijn allemaal zondig. Heel erg zondig. En blijkbaar leven we in een wereld waarin de rem hoe langer hoe vaker weigert.
Die constatering is afschuwelijk. Die constatering doet pijn. Veel pijn.
Er zijn momenten waarop het leven heel verdrietig is. Er zijn ogenblikken waarop het leven tot wanhoop drijven kan.
Als ik dat soort dingen lees, denk ik: kwam Jezus Christus maar terug! Het is zo hard nodig dat Hij orde op zaken stelt!

Zarayda las over een vrouw die verkracht was. Zij moest die gebeurtenis maar verzwijgen.
Ik weet het niet helemaal zeker. Maar ik heb het idee dat Zarayda een gedeelte las als 2 Samuxebl 13.

Dat hoofdstuk gaat over Amnon, de oudste zoon van David. En over de halfzuster van Amnon, Tamar.
Amnon doet net alsof hij ziek is. Hij wil heel graag door Tamar verzorgd worden. Als Tamar komt, stuurt Amnon alle verdere aanwezigen de kamer uit. En daarna verkracht hij zijn halfzuster. Als zijn wellust is bevredigd, stuurt hij Tamar zonder pardon weg: wegwezen!; de deur uit jij!
Amnons liefde slaat, met andere woorden, om in haat.
Absalom, een broer van Tamar, ontfermt zich over zijn zus. 'Praat er maar niet over', zegt Absalom. En intussen zoekt hij een goede gelegenheid om Amnon eens flink te pakken te nemen. Want er moet wraak komen.
En die kxf3mt er ook. Op bevel van Absalom wordt Amnon tijdens een schaapscheerdersfeest gedood; het is dan inmiddels zo'n twee jaar later.
Zegt u nou zelf: deze historie is weinig verheffend2

Waarom wilde de Here dat wij deze geschiedenis kennen?
En wat meer is: wat wil Hij ons hiermee leren?

Zarayda Groenhart lijkt het wel te weten. "De kern was dat die vrouw het moest verzwijgen, omdat ze anders iedereen in haar omgeving te schande zou maken. Daar spuug ik op".
Ik begrijp best dat het Zarayda aangrijpt als zij deze geschiedenis leest. 
Een vrouw wordt verkracht, en dan moet zij zich nog stil houden ook!
Hebben wij, anno 2011, niet geleerd dat slachtoffers van seksueel misbruik moeten praten over het leed dat hun werd aangedaan? Nou dan!

Heeft Zarayda de Bijbel goed gelezen?
Laten wij even kijken.

Absalom zegt in 2 Samuxebl 13: zeg Tamar, praat maar niet over die verkrachting.
Dat heeft, als u het mij vraagt, niets te maken met de gedachte dat Absalom Tamar niet toestaat om het haar aangedane leed te verwerken.
Welnee.
Absalom zint op wraak. U weet wel: oog om oog, tand om tand. 
Absaloms opzet lukt.
En ik vraag mij af: leert de Here ons hier niet veeleer hoe het afloopt als mxe9nsen elkaar aanpakken?
De centrale boodschap van dit Schriftgedeelte is niet: verkrachtingen moet je stil houden.
De zaak lijkt mij deze: zxf3 kan het aflopen als wellust en wraak de boventoon gaan voeren.

In Matthexfcs 5 leert Jezus Christus Zijn kinderen dat het geen kwestie meer is van: 'oog om oog, tand om tand'. De bedoeling is dat wij voor elkaar gewxf3nnen worden. Het idee is dat wij samen optrekken. De grondgedachte is dat wij samen, in al ons doen en laten de Here dienen3.

Het komt mij voor dat Zarayda wat te snel gelezen heeft.
En dat is spijtig.
Eeuwig jammer.

Er is nog xe9xe9n les die ik uit dit alles wil trekken.

Dat is deze: laten wij maar oppassen dat wij de Schrift niet 'naar ons toe' lezen!
De Here wil onze levens veranderen.
Wat vond Zarayda van Jezus? Ik citeer weer uit het ND: "Jezus sprak haar x91waanzinnigx92 aan. x91What a cool dude, en wat een tof leven: beetje kletsen met mensen, beetje wonderen verrichten, relaxtx92".
Nee, Jezus Christus was geen toffe kerel. En Zijn leven op aarde was allesbehalve schitterend.
Maar Hij was wxe9l levensreddend bezig. Dat wel.   

Het komt mij voor dat Zarayda Gods Woord niet helemaal goed gelezen heeft.
Zij moet het nxf3g maar eens doen.
Desnoods door tranen heen.

Noten:
1. Gerald Bruins, "Zarayda leest de Bijbel niet meer". In: Nederlands Dagblad, dinsdag 16 augustus 2011, p. 2.
2. Zie 2 Samuxebl 13:1-22.
3. Zie Matthexfcs 5:38-42: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe; en wil iemand met u rechten en uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; en zal iemand u voor xe9xe9n mijl pressen, ga er twee met hem. Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil".

augustus 17, 2011
By on 08:45
God perfectioneert de wereld

Rechtvaardiging: dat is in onze tijd een wat moeilijk begrip. Wie zichzelf wil rechtvaardigen heeft meestal iets gedaan wat niet helemaal klopt. Er rammelt ergens iets.

In de Bijbel betekent rechtvaardiging wat anders.
Daar betekent rechtvaardiging dat alle verdiensten van Christus en al Zijn aan God gewijde arbeid op onze rekening worden gezet1.

Jesaja maakt dat in hoofdstuk 45 heel duidelijk. Hij zegt daar: "…in de HERE wordt het gehele nakroost van Israxebl gerechtvaardigd en zal het zich beroemen"2.
Er zal een moment komen dat de mensen op de wereld moeten erkennen dat alle macht in de hemel en op de aarde bij de Here ligt. Zijn tegenstanders moeten dan hun nederlaag aanvaarden. Gods kinderen zullen rechtvaardig verklaard worden in de Here.

In Jesaja 45 gaat het over Kores.
Die Kores – ook bekend als Cyrus II de Grote – was in zijn tijd een groot man. In ongeveer 550 voor Christus was hij koning over een gebied dat min of meer samenvalt met het huidige Iran en het oosten van Turkije. Door een hele reeks veroveringen groeide zijn rijk uit tot het grootste wereldrijk, dat tot op dat moment bekend was. Hij was dus een groot militair strateeg3!
Dat mag zo zijn. Maar even goed was hij wel een instrument in de hand van de Here. In Jesaja 45 zien we dat de hemelse God afkondigt: "Ik zelf zal vxf3xf3r u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen. En Ik zal u geven de schatten der duisternis en de rijkdommen der verborgen plaatsen, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, het ben, die u bij uw naam riep, de God van Israxebl"4
Kores wist zelf blijkbaar xf3xf3k heel goed dat hij bij zijn doen en laten door de Here werd aangestuurd.

Ter toelichting liet de Here aan Zijn volk zeggen: mensen, vraagt u zich maar niet af waarom de wereldhistorie zich zxf3 ontwikkelt; Ik ben uw Formeerder en ik heb de zaken volledig in de hand.
En de Here vertelde erbij: er zal een ogenblik aanbreken, waarop heidenen de diepe wens uitspreken om bij het volk van de Here te horen. Jazeker, er komt een tijd dat heel de wereld wel mxf3et accepteren dat de Here de macht heeft.
Er zijn dan mensen die dat mopperend toegeven.
En er zijn dan mannen, vrouwen en kinderen die volmondig hun Heer toejuichen. Dat zijn personen die, om zo te zeggen, de nationaliteit van de hemel hebben.
Zxf3 zal dat gaan5.
De Here liet dus afkondigen:
* Kores is heerser van een wereldrijk
* maar de Here werkt aan Zijn koninkrijk, dat nog veel groter is.
Kores was een man van grote dingen. Maar de Here tekent de lijn in de wereldhistorie, door de geslachten heen.
De Here zet de lijnen uit. Dat is ook voor xf3ns van het hoogste belang. 

Gods kinderen worden gerechtvaardigd in de Here.
Die uitdrukking komen we geregeld in Gods Woord tegen. Bijvoorbeeld in 1 Samuxebl 2; dat is het danklied van Hanna: "Mijn hart juicht in de HERE, mijn hoorn is verhoogd in de HERE". De Groot Nieuws Bijbel uit 1996 heeft: "Ik juich om wat de Heer heeft gedaan: hij gaf mij weer aanzien"6.
Die term 'in de Here' duidt dus op een een unieke actie van God.
In Psalm 32 staat te lezen: "Verheugt u in de HERE en juicht, gij rechtvaardigen". De Willibrordvertaling uit 1995 heeft op dat punt: "Rechtvaardigen, wees opgetogen om de HEER"7. De uitdrukking 'in de Here' wil dus ook zeggen: blij zijn om wie Hij is; Hem bewonderen om Zijn weergaloze positieve invloed in het leven. 
In Romeinen 14 schrijft Paulus: "Ik weet en ben overtuigd in de Here Jezus, dat niets uit zichzelf onrein is". Die woorden worden in de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 zxf3 weergegeven: "Ik weet, dat niets op zichzelf onrein is, daar ben ik van overtuigd door mijn verbondenheid met de Heer Jezus"8. Het gaat dus ook om een voortdurende verbinding met de hemelse God. Zeg maar even: het eeuwig verbxf3nd.
Die term 'gerechtvaardigd in de Here' vertelt ons dat de Here in het verbond een eeuwige band met ons heeft, en dat Hij ons door de eenmalige reddingsactie van Zijn Zoon apart zet om Hem voor altijd te dienen. De Here zorgt voor dxe9 grote ommekeer!

Het is van het hoogste belang dat wij blijven belijden dat de Here in ons leven actief is.
Ons leven is in de Here.
Laten we ons geen illusies maken. Wij zijn niet zelfredzaam. Wij kunnen geen initiatieven nemen om ons eeuwig leven veilig te stellen.

Nu het hierom gaat wijs ik op een interview dat het Nederlands Dagblad had met de onlangs gexebmeriteerde professor P.C. van Duyne, Petrus voor intimi.
Op de vraag 'Uit wat voor gezin komt u?' antwoordde de taalpsycholoog en criminoloog: "Ik ben de jongste van vier jongens. Twee van mijn broers zijn overleden en de enige nog levende broer is gexebmigreerd naar Nieuw-Zeeland; er is geen contact. Mijn vader is niet geslaagd in het leven. Halverwege mijn jeugd is hij ook ineens weggegaan. Later trok hij zelfs met een kampeerbusje door de Sinaxefwoestijn, om de wereld te verbeteren. Misschien komt het daardoor dat ikzelf het verbeteren van de wereld maar aan anderen overlaat. Mijn moeder zocht haar heil in de Bax92hai-godsdienst, een oosterse leer. Tot mijn twintigste heb ik mijn portie godsdienst wel gehad. Er kwam een stoet exotische figuren over de vloer. Nu heb ik een grondige hekel aan New Age-gezweef, rexefncarnatie en het derde oog"9.
Met dat 'derde oog' bedoelt Van Duyne, naar ik aanneem, de mogelijkheid om paranormale vermogens op te roepen en in te zetten10.
Met godsdienst heeft Van Duyne het wel gehad. Het verbeteren van de wereld laat hij nu maar aan anderen over.

Welnu, de Here proclameert dat wij het verbeteren van de wereld maar aan Hxe9m moeten overlaten.
Hij draagt zorg voor de rechtvaardiging van Zijn kinderen.

Gereformeerde mensen blijven met Zondag 23 van de Heidelbergse Catechismus belijden dat zij in Christus voor God rechtvaardig zijn. Zo zijn zij erfgenamen van het eeuwige leven11.

Christus rechtvaardigt ons.
Hij stelt iedereen voor de keus: voor of tegen Christus.
Zo perfectioneert God een zondige wereld.
Zelfs ambitieuze wereldverbeteraars kunnen daar niet tegen op.
En ik garandeer u: het wordt prachtig!

Noten:
1. Zie Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22: "…Jezus Christus is onze gerechtigheid, doordat Hij ons toerekent al zijn verdiensten en al zijn heilige werken, die Hij voor ons en in onze plaats heeft gedaan".
2. Jesaja 45:25.
3. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kores .
4. Jesaja 45:2 en 3.
5. Jesaja 45:9-25: "Wee hem die met zijn Formeerder twist, een scherf onder aarden scherven. Zal ook het leem tot zijn vormer zeggen: Wat maakt gij? of uw werk: Hij heeft geen handen? Wee hem die tot zijn vader zegt: Wat verwekt gij? En tot de vrouw: Waarom hebt gij barensweexebn? Zo zegt de HERE, de Heilige Israxebls, en zijn Formeerder: Vraagt Mij naar de toekomstige dingen, vertrouwt Mij mijn zonen en het werk mijner handen toe. Ik ben het, die de aarde gemaakt en de mens daarop geschapen heb; mijn handen hebben de hemelen uitgespannen en aan al hun heer heb Ik mijn bevelen gegeven". En wat daar verder volgt.
6. 1 Samuxebl 2:1.
7. Psalm 32:11.
8. Romeinen 14:14.
9. Hilbrand Rozema, "Dom is erger dan slecht", portret van professor P.C. van Duyne. In: Nd7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 13 augustus 2011, p. 5.
10. Zie hierover bijvoorbeeld http://www.evp-voices.com/html/3eoog.html .
11. Heidelbergse Catechismus – Zondag 23, vraag en antwoord 59: "[vraag]: Wat hebt u er nu aan, dat u dit alles (= de belijdenis over de Heilige Geest en onze heiliging) gelooft? [antwoord]: Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven".

augustus 16, 2011
By on 08:45
Ons kruis meedragen

'Ieder huisje heeft z'n kruisje', zeggen wij wel eens tegen elkaar.
En daar bedoelen wij dan mee dat ieder mens zo nu en dan te maken heeft met ziekte. En met problemen. En met grote levensvragen.

In Gods Woord wordt ook gezegd dat kinderen van God hun kruis moeten dragen.
Maar als dat wordt gezegd, gaat het meestal niet over ziekte. En ook niet over problemen. 
Die teksten gaan over het volgen van Jezus1.

In Matthexfcs 10 zegt Jezus: "Wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig"2.
Die zin maakt deel uit van een uitgebreide instructie aan de discipelen. Dat is dus onderwijs aan de mensen die de Here inzet voor het bijeenbrengen van door Hem uitverkoren mensen; zeg maar: voor de stichting van Zijn kerk. 
Hxe9t kenmerk van die uitverkorenen is dat zij Christus' naam belijden.
Als Gods kinderen dat doen, mogen zij er zeker van zijn dat hun namen in de hemel met ere worden genoemd. De andere kant daarvan is dat het Evangelie op xe1xe1rde tweedracht binnen families zaait. Het komt er op aan! Wie gaan er vxf3xf3r? Vader of moeder, of Jezus Christus? Zoon of dochter, of Jezus Christus?
Het gaat dus niet om onze ziekte. En – bijvoorbeeld - ook niet om allerlei problemen in onze families. In feite gaat het om een duidelijke en consequente keuze voor de Heiland3.

Wie door bladert naar Matthexfcs 16 komt daar de volgende tekst tegen: "Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden"4.
Toen… - en wanneer wxe1s dat dan wel? Dat was op het moment dat Jezus zijn lijden voor het eerst aankondigde.
De leerlingen om hem heen vonden dat verhaal regelrechte onzin. Ruzies met de Schriftgeleerden? Dxe1t was al tamelijk merkwaardig. Maar een gezaghebbende Meester als Jezus Christus zou toch warempel niet Zijn eigen overlijden aankondigen? En dan die opstanding… hoe wist Jezus eigenlijk zo zeker dat Hij uit de dood zou opstaan? Voor Petrus lag de zaak volkomen duidelijk: iedereen die Zijn Meester met een vinger aanraakte, kreeg met hxe9m te maken!
De bestraffing van de Heiland was helder: de heftige reactie van Petrus werd door de Satan aangestuurd5.
Ons kruis opnemen: dat heeft te maken met het lijden en sterven van Jezus Christus voor uitverkoren mensen. Kinderen van God mogen belijden: de Heiland is ook voor xf3ns gestorven.
Petrus hield er in zijn tijd een menselijke redenering op na.
En wie om zich heen kijkt, is ook vandaag wellicht geneigd om ook op zo'n menselijke wijze te gaan redeneren.
Bijvoorbeeld met de vraag: de zaken marcheren toch redelijk in Nederland? En met de aanrader: laten we 't allemaal niet te zwaar opnemen. Ten overvloede merkt men op: er zijn natuurlijk heel wat problemen in de wereld, maar in ons leven valt er best nog wel wat te genieten…
Welnu, Jezus zegt: blijf belijden dat Mijn sterven voor u hard nodig was; het was echt de enige manier om u te redden!
Leven in afhankelijkheid, leven van genade: dat is geen populaire bestaanswijze. Maar dat is nou: ons kruis opnemen, en onszelf verloochenen.

In Lucas 9 zei Jezus Christus ook: "Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij"6
Dat woord stond daar in verband met de vaststelling van Christus' identiteit. Wie zegt u dat Ik ben?, vroeg Jezus aan Zijn discipelen. 
Luisteraars om Hem heen dachten sterk aan Elia. Of aan Johannes de Doper. Namens de leerlingen gaf Petrus een antwoord aan de Meester: u bent de Gezalfde van God.
Petrus en zijn mede-discipelen erkenden daarmee dat Jezus Goddelijke macht had om Zijn verlossingsplan uit te voeren.
Vanwege dxede verlossingsmacht moest de Heiland lijden en sterven. Vanwege dxe1t reddingsplan diende Hij Zijn werk op aarde af te maken: compleet met kruisiging en opstanding!
Anno Domini 2011 moeten wij blijven erkennen dat onze namen in dat verlossingsplan opgenomen zijn.
Ons kruis meedragen – dat is niet: leven met ingewikkelde vraagstukken.
Ons kruis meedragen – dat is leven met de vreugde van Psalm 90.
"Geslachten gaan, geslachten zullen komen:
Wij zijn in uw ontferming opgenomen.
Wij mogen bouwen op de vaste grond
van uw beloften en van uw verbond"7.

In 1892 dichtte Guido Gezelle:
"Het leven is … geen vrede alhier,
geen wapenstilstand vragen:
het leven is de Kruisbanier
tot in Gods handen dragen!"8.
Dat is mooi gezegd. Maar 't is mij wat xe1l te pathetisch. Ons kruis meedragen is eenvoudigweg:
* leven met God
* leven van Gods gaven
* leven vanuit Gods verlossingsplan.
Laten wij dat nu maar gewoon doen. Als kinderen die hun Here volgen, blijmoedig en trouw. 

Noten:
1. Ds. J. 't Lam – momenteel predikant van de Hervormde Gemeente Harderwijk (Bethelkerk) - stelde onlangs in de GezinsGids iets dergelijks. Ik citeer via het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 13 augustus 2011, p. 2 (rubriek 'Zogezegd'): "Kruis dragen wordt in onze kerken vaak opgevat als worstelen met ziekten, moeilijkheden, problemen. Ieder huisje heeft zijn kruisje, zeggen we dan. Ik vind die vergissing bijzonder ernstig! Het Bijbelse kruis dragen is het dragen van de gevolgen die duidelijk voortkomen uit het volgen van Jezus".
2. Matthexfcs 10:38.
3. Zie Matthexfcs 10:34-37: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig".
4. Matthexfcs 16:24 en 25.
5. Matthexfcs 16:22 en 23: "En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen".
6. Lucas 9:23.
7. Psalm 90:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
8. Het complete gedicht is opgenomen is Guido Gezelle, "Dichtwerken deel 1 en 2". - [ed. Frank Baur], – Amsterdam: L.J. Veen's Uitgeversmaatschappij N.V., 1949 (3e druk). - p. 321. Zie http://www.dbnl.org/tekst/geze002fbau01_01/geze002fbau01_01_0834.php. Ik citeer het derde vers van het gedicht. Het op muziek gezette gedicht is als Gezang 469 opgenomen in het Liedboek voor de Kerken uit 1973. 

augustus 15, 2011
By on 08:45
Rellen in Engeland

De kranten staan vol over rellen in Engeland.
Diefstal, vernielingen en onvrede: het is in Groot-Brittannixeb aan de orde van de dag.

Je vraagt je af: wat zal men er aan doen?
En vooral: waar kxf3mt dat nou van?
De Britse minister-president, de heer David William Donald Cameron, weet het wel.
Het Nederlands Dagblad gaf de woorden van de Engelse premier weer. Ik citeer: "x91Er zitten dingen goed fout in onze samenleving.x92 Dat heeft de Britse premier David Cameron gezegd naar aanleiding van de gewelddadige rellen die Groot-Brittannixeb al dagen in de ban houden. (…) Cameron sprak van een x91volstrekt gebrek aan verantwoordelijkheid, aan goed ouderschap, aan een fatsoenlijke opvoeding, aan de juiste normen en waardenx92. x91Dat moeten wij veranderen. Het gaat over het ouderschap, over discipline op school, over de garantie dat ons sociale zekerheidsstelsel luiheid niet beloontx92. De Conservatieve politicus noemde de rellen x91net zo goed een moreel als een politiek probleem.x92 De eerste minister erkende tegelijk dat delen van de Britse samenleving x91kapotx92 zijn x91eerlijk gezegd, ziek'"1.

De televisiebeelden uit Engeland en de krantenberichten over de toestand in dat land brengen mij vandaag bij Exodus 13. Ik bedoel deze woorden: "Het zal u zijn als een teken op uw hand en als een herinnering tussen uw ogen, opdat de wet des HEREN in uw mond zij; want met een sterke hand heeft de HERE u uit Egypte geleid"2.

De eerste opmerking die ik bij die tekst maak, is deze.
De samenleving vaart er wxe8l bij als de wet van God gexeberbiedigd wordt. Het gaat pas goed in de wereld als onze handen actief zijn bij wat de Hxe9re ons te doen geeft. De wereld komt vooruit als de wet van God in onze mond is. De maatschappij wordt in goede banen geleid als er over Gods wet gesproken wordt. Mensen komen goed terecht als Gods wet uitgangspunt is bij spreken en handelen.

Waar gaat het in Exodus 13 over? 
Dat Schriftgedeelte handelt over de herdenking van de bevrijding uit Egypte.
Die bevrijding was de reden van de instelling van een jaarlijkse gedachtenisweek. Die week viel altijd in de maand Abib, de eerste maand van het Joodse kerkelijke jaar; die periode komt ongeveer overeen met onze maand april3.
In die week moesten ongezuurde broden worden genuttigd.
Dat voedsel herinnerde aan het feit dat Israxebl in de bevrijdingsnacht geen tijd had gehad om brood te bereiden.
Gisting duidt soms ook op bederf. Zuurdeeg is daarom ook beeld van de zonde. Het eten van ongezuurd brood wees de Israxeblieten op de noodzaak een heilig volk te zijn, een volk Gode ten eigendom4.

Dat ongezuurde brood moest zijn als een teken op de hand. En als een band om het hoofd.
Steeds als de Israxebliet dat brood zag, behoorde hij te denken: ja, ik moet heilig leven voor God. Altijd als hij zichzelf met dat brood voedde, realiseerde hij zich: God heeft mij apart gezet.
En alle mensen in de omgeving zagen het: ja, deze man hoort bij God.

De Israxeblieten werden door de Here bevrijd.
Hij zonderde hen af om het land Kanaxe4n te gaan bevolken.
Dat was zo'n veertienhonderd jaar voor de komst van Christus naar deze aarde5.

In 2011 na Christus is de heilsgeschiedenis veel verder gekomen.
De Here Jezus heeft op aarde Zijn reddingswerk gedaan. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. Maar Hij is na drie dagen ook weer opgestaan.
De situatie van Gereformeerde Westeuropeanen is op heel veel punten niet te vergelijken met die van de uit Egypte bevrijde Israxeblieten.
Echter: ook wij zijn op weg naar een land dat ons beloofd is. De Here nodigt ons, om zo te zeggen, uit om dat beloofde land te verkennen. Kijkt u maar in Colossenzen 3: "Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods"6.
Gereformeerden van de eenentwintigste eeuw ontvangen vanuit de hemel een stimulans om zich te richten op hemelse dingen.
Dat werkt ontspannend.
Dat is rustgevend.

Toegegeven: de christelijke toeschouwers die goed om zich heen kijken worden somtijds ietwat bedroefd.
En als die aandachtige waarnemers het stadium van de droefenis voorbij zijn, worden zij misschien boos. Zij worden soms toornig. En mogelijkerwijs zelfs agressief. Zij krijgen wellicht zin om de boel kort en klein te slaan, onder het motto 'iemand moet iets doen, want zo kan het niet verder'… Dat is heel menselijk.
Maar voor kinderen van God is dat niet logisch. Want Gods kinderen zijn - geestelijk bezien - gestorven en hun leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die hun leven is, zullen ook zij met Hem verschijnen in heerlijkheid7.

De kranten staan vol over rellen in Engeland.
En de christelijke zanger Matthijn Buwalda twitterde: "Vanavond optreden in Veenendaal, tenzij er daar natuurlijk ook rellen uitbreken. Je weet het tegenwoordig maar nooit…"8.
Krijgen we in Nederland ook rellen? Ik kan het u niet zeggen.
Maar er is xe9xe9n ding dat ik wel weet: de Here is druk aan het werk met het verzamelen van Zijn kinderen. Hij brengt ze in de kerk. Ware gelovigen zijn, om met 1 Thessalonicenzen 5 te spreken,  kinderen van het licht en mensen van de dag. Zij passen niet bij het duister. Zij werken niet in het donker9

Vroeger was er de sterke hand van de Here die Zijn volk uit Egypte leidde10.
En ook op vrijdag 12 augustus 2011 is Hij dominant aanwezig.
Wij moeten ons maar laten aanmoedigen door Paulus die in 1 Thessalonicenzen 5 ook noteerde: "…laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus, die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven".
En de bijbehorende apostolische instructie is volkomen helder: "Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet"11.

De kranten staan vol over rellen in Engeland.
Voor Gereformeerde mensen kunnen die rellen fungeren als attentiesein: doe het harnas van geloof en liefde aan. En doe de helm van de hoop op!

Noten:
1. "x91Britse samenleving deugt nietx92". In: Nederlands Dagblad, donderdag 11 augustus 2011, p. 3.
2. Exodus 13:9.
3. Zie hiervoor http://en.wiktionary.org/wiki/Abib .
4. Zie hiervoor ook "Bijbel met kanttekeningen". – Baarn: Bosch & Keuning n.v. – deel 1, p. 145. Kanttekening 44 bij Exodus 12:15.
5. Zie http://home.hccnet.nl/l.lamers/Archeo/Bijbel.htm .
6. Colossenzen 3:1.
7. Zie Colossenzen 3:2-4: "Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid".
8. Zie: Nederlands Dagblad, donderdag 11 augustus 2011, p. 16 ("Tweets van de dag").
9. 1 Thessalonicenzen 5:4-6: "Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn".
10. De gezinsleden moesten daar ook aan herxednnerd worden. Zie Exodus 13:8: "En op die dag zult gij uw zoon uitleggen: Dit is ter wille van wat de HERE mij heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte".
11. 1 Thessalonicenzen 5:8-11.

augustus 12, 2011
By on 08:45
Paleisbouw in perspectief

Wie de Bijbel leest moet een beetje verstand hebben van architectuur. 
Die gedachte kwam gisteren, woensdag 10 augustus, bij mij op. Ik las namelijk de eerste twaalf verzen van 1 Koningen 7. Daarin staat het ontwerp van Salomo's paleis centraal.
Stel u gerust: bij nader inzien viel het allemaal mee. Men hoeft geen bouwkunde gestudeerd te hebben om toch door dit deel van Gods Woord gesterkt te worden. 

Over de bouw van Salomo's paleis kunnen wij lezen: "Maar over zijn eigen huis bouwde Salomo dertien jaar; toen had hij zijn gehele huis voltooid"1.
De schrijver van het Bijbelboek 1 Koningen wil ons laten weten dat Salomo met de bouw van de tempel minder lang bezig was. Het huis van God was namelijk in zeven jaar klaar2.
De bouw van het Godshuis had in Salomo's leven prioriteit. De woonplaats van de Here moest met voorrang gereed gemaakt worden. Dat de bouw van zijn xe9igen huis veel langer duurde, nam Salomo op de koop toe. Exe9n ding was zeker: de Here moest onderdak hebben. En wel zo snel mogelijk.
Wie dat gegeven tot zich door laat dringen, beseft dat wij nu enigszins kritisch naar xf3ns prioriteitenlijstje moeten kijken.
Het gaat mij nu even niet om onze portemonnee. U kent die verhalen wel over gemeentes die een nieuw kerkgebouw neerzetten, en vervolgens een netto maandsalaris vragen van hun leden. Ik zeg daar niets kwaads van. Maar daar gaat het mij nu niet om.
Wat mij betreft staat centraal dat bezigheden voor de kerk een hoge prioriteit moeten hebben. Uiteraard ga ik nu niet roepen dat onze eigen besognes altijd naar de achtergrond moeten worden geschoven. Ik zeg wel dat onze eigen ontwikkeling zeker niet altijd vxf3xf3r gaat. Wij mogen niet denken dat cursussen en opleidingen voortdurend van levensbelang zijn.
Het spreekt vanzelf dat het niet verboden is om goed voor onszelf te zorgen. Wat dacht u? Salomo heeft in die zeven jaar van de tempel- en paleisbouw zeer waarschijnlijk niet onder de blote hemel geslapen.
Maar de geschiedenis van die bouwwerkzaamheden stimuleert ons wel om onszelf wat te ontzxe9ggen ten gunste van de kerk. En allen die in het kerkenwerk veel tijd steken, mogen het tegen zichzelf zeggen: ik ben in het goede gezelschap van koning Salomo!

In de eerste verzen van 1 Koningen 7 wordt met hout en steen gebouwd.
Er zijn cederhouten zuilen. En er zijn vensters van latwerk. Er worden ook kostbare stenen benut3. Er wordt dus gxe9xe9n metaal gebruikt.
In de tempel gebeurt dat wel. Dat blijkt als de schrijver in een volgende pericoop het metaalwerk in de tempel aan de orde stelt.
In dit Bijbelkapittel wordt dus een tegenstelling gemaakt: het paleis van Salomo van hout en steen, en Gods woonhuis waarin allerlei metalen worden gebruikt.
Dat is, denk ik, niet voor niets. Hout en steen staan in Gods Woord veelal voor de producten van mensenhanden. Ik wijs u op Deuteronomium 4: afgoden maak je van hout en steen; die kunnen niet ruiken en niet eten4. Zo mogelijk nxf3g helderder is de profeet Habakuk als hij in hoofdstuk 2 een waarschuwing geeft: "Wee hem die tot een stuk hout zegt: Ontwaak, en tot een stomme steen: Word wakker. Zou die onderrichten? Zie, hij is gevat in goud en zilver, doch er is volstrekt geen geest in hem. Maar de HERE is in zijn heilige tempel. Zwijg voor Hem, gij ganse aarde!"5.
Door slechts met hout en steen te werken markeert Salomo zijn positie tegenover de Here. Om met de berijmde versie van Psalm 131 te spreken:
…er is geen trots in hem,
hij houdt zijn hart van hoogmoed vrij,
hij zoekt niet met een waanwijs oog
naar wat te groot is en te hoog6.
Men praat tegenwoordig wel over de output van een theologische opleiding. Of over het draagvlak in de kerken7. Output, draagvlak: die termen ruiken, wat mij betreft, een beetje te veel naar maakbaarheid van de kerkelijke samenleving. Welnu, de historie rond deze paleisbouw doordringt ons van het feit dat wij de kerk niet zxe9lf organiseren. Salomo leert ons in 1 Koningen 7 bescheidenheid en inschikkelijkheid. Wij zijn in dienst van de Here: dienstwillige kinderen van God die gedienstig en meegaand hun taak verrichten.

Kinderen van God mogen weten dat de Heilige Geest in hun hart woont.
In die zin zijn zij tempels waarin de Here God Zelf zitting heeft. Het hart van een gelovig mens is, om zo te zeggen, een werkpaleis van de grote Koning.
Met name in Paulus' brieven aan de Corinthixebrs lezen wij daarover. De apostel rust niet voordat hij het er bij die mensen in Corinthe heeft ingestampt: Gods Geest woont in uw hart. Dat motief komen we tegen in 1 Corinthixebrs 3, 1 Corinthixebrs 6 en 2 Corinthixebrs 68.
Ook in 2011 staat het vast: de Heilige Geest van God woont in de harten van Zijn kinderen.
Dat is eigenlijk verbazingwekkend. Deemoedige en onderdanige mensen worden een paleis van de Here. Ware gelovigen mogen pleiten op Christus' werk. Want, zegt de Hebreexebnschrijver, "Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen"9.

Salomo bouwde een paleis voor zichzelf.
Dat hoeven wij niet te doen. Onze hemelse woonplaats wxf3rdt klaargemaakt, kondigde Jezus in Johannes 14 aan10.
Kerkmensen van 2011 mogen 1 Koningen 7 lezen in het perspectief van de eeuwigheid!

Noten:
1. 1 Koningen 7:1.
2. 1 Koningen 6:37 en 38: "In het vierde jaar werd het huis des HEREN gegrondvest, in de maand Ziv, en in het elfde jaar, in de maand Bul, dat is de achtste maand, was het huis in al zijn onderdelen en geheel volgens bestek voltooid; hij bouwde het dus in zeven jaar".
3. Zie 1 Koningen 7:2-4: "Hij bouwde namelijk het huis: Woud van de Libanon, honderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog, met vier rijen van cederen zuilen, terwijl er gehouwen cederen balken op de zuilen lagen. Het was van boven met cederhout gedekt, op de verdiepingen, die op de zuilen rusten, vijfenveertig vertrekken, vijftien op een rij.  Voorts drie rijen vensters van latwerk". En vers 9-11: "Dit alles was van kostbare stenen in de afmeting van gehouwen steen, die zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde met de zaag bezaagd waren, en dat van het fundament af tot de nok toe, en ook van de straat af tot de grote voorhof. Het was gegrondvest op kostbare stenen, grote stenen, stenen van tien el en van acht el. Doch daarboven lagen kostbare stenen, in de afmeting van gehouwen steen, en cederhout".
4. Deuteronomium 4:25-28: "Wanneer gij kinderen en kindskinderen verwekt hebt en in het land ingeburgerd zijt en gij dan verderfelijk handelt door een beeld te maken in welke gedaante ook, en doet wat kwaad is in de ogen van de HERE, uw God, en Hem krenkt x96 ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen, dat gij zeker spoedig zult omkomen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen; gij zult daarin niet lang leven, maar zeker verdelgd worden; de HERE zal u onder de natixebn verstrooien en gij zult met een klein getal overblijven onder de volken, bij wie de HERE u brengen zal; dan zult gij daar goden dienen: werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen noch eten noch ruiken". 
5. Habakuk 2:19 en 20.
6. De originele berijming van het eerste vers van Psalm 131 luidt in het Gereformeerde Kerkboek:
"O HEER, er is geen trots in mij,
ik houd mijn hart van hoogmoed vrij,
ik zoek niet met een waanwijs oog
naar wat te groot is en te hoog".
7. Zie hiervoor achtereenvolgens http://www.gkv.nl/nieuws/synodenieuws-van-4-juni-2011/752/ en http://www.gkv.nl/getdownload/D35097C5-C36F-434C-9A3F-F86FA9DA2698/ .
8. Zie 2 Corinthixebrs 3:16 en 17: "Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!". En 1 Corinthixebrs 6:18-20: "Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam. Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam". En 2 Corinthixebrs 6:16: "Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn".
9. Hebreexebn 9:24.
10. Zie Johannes 14:2 en 3: "In het huis mijns Vaders zijn vele woningen x96 anders zou Ik het u gezegd hebben x96 want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben".

augustus 11, 2011
By on 08:45
Dopen: een echte verbondsbezigheid

We hebben allemaal zo onze rituelen.
Een ochtendritueel, bijvoorbeeld.
Die rituelen hebben betekenis. Ze herinneren ons ergens aan. Ze brengen bepaalde dingen dichterbij.

Moeten we de doop xf3xf3k een ritueel noemen?
Liturgiewetenschapper Marcel Barnard doet dat wel.
Deze week spreekt hij op een groot liturgiecongres. Die conferentie wordt gehouden in het Franse Reims.
Christenen willen rituelen graag uitvergroten, zegt Barnard. Zij willen hun lichaam er meer in betrekken1.

Heel veel christenen willen rituelen dus groter maken. Rituelen moeten impact hebben in hun leven. Zij moeten er wat van merken in hun alledaagse bestaan.

Ik herhaal mijn vraag: moeten we de doop xf3xf3k een ritueel noemen?
Graag pleit ik er voor om, in verband met de doop, dat woord 'ritueel' maar niet meer te gebruiken.
Als ik mij niet vergis krijgt dat begrip in onze tijd steeds meer de kleur van: betekenis die wijzelf aan bewegingen geven. Of ook: de uitleg die wij geven bij onze gewoontes.

In die zin is de doop echter gxe9xe9n ritueel.
De Here maakt ons in de doop tenminste vijf dingen duidelijk:
* wij zijn vuil van zonden, en wij moeten nodig grondig gewassen worden
* de Here Jezus Christus wil aan de reiniging van ons leven werken
* de Heilige Geest zorgt dat die reiniging echt een deel van ons leven wordt; Hij is dagelijks met die schoonmaak bezig
* wij gaan vol ontzag voor God leven, met heel ons verstand en met al onze krachten
* de doop is de garantie dat het verbond dat God met ons sloot xe9xe9uwig is.
Rituelen zijn meestal persoonlijk. En we geven er zxe9lf betekenis aan. Maar zo is dat met de doop dus niet

Er zijn enthousiastelingen die ons willen stimuleren om onze eigen rituelen samen te stellen. Als het een beetje wil worden daarin verschillende levensvisies en religieuze stromingen op vindingrijke wijze gecombineerd2.
En dat is nu juist niet de bedoeling van de doop. In die doop wordt God gexeberd. Het geloof in Zijn beloften wordt versterkt. De gemeente wordt opgebouwd. Het gaat dus heel nadrukkelijk om een Verbondsverhouding.

In de kerk bestaan allerlei gewoontes – rond bijvoorbeeld de doop, het huwelijk of de rouw – die ware gelovigen verwijzen naar een nieuwe realiteit.
Terecht schreef iemand: de tekenen en zegels van die werkelijkheid "zijn niet als aantrekkelijke x91aanbiedingen in de kerkelijke marktx92, maar maken deel uit van het gelovige bestaan en zijn niet los verkrijgbaar. Op straffe van x91gewoonte en bijgelovigheidx92"3.
De kerk blijft niet staan bij de emotie van vandaag. Zij is voortdurend toekomstgericht bezig. De kerk is op weg naar de hemel!  

Wat zijn rituelen?
Een spiritueel ingestelde vrouw gaf eens de volgende definitie: "Het zijn bruggen van de ene fase van het leven naar een volgende. Maar er zijn veel meer bruggen in een mensenleven. (…) Met een ritueel bouw je een brug in de tijd die toen met straks verbindt"4.
Even kort door de bocht: rituelen hebben tegenwoordig nogal eens de functie van een brug.

Maar dat is dus wel een brug die men zelf legt. En het is ook een brug waar men zelf overheen moet lopen.
Die persoonlijke activiteit moet onze aandacht hebben. Want in de kerk gaat het niet om ons looptempo. Het gaat niet om de manier waarop wij Geestdriftig marcheren.
Het gaat om Gods krachtige steun. Denkt u maar aan Psalm 68:
"Geprezen zij de Here.
Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil"5.
We kennen ook die woorden van Jesaja 40: de Herder zal Zijn lammetjes dragen6.
Afgoden redden niet, zei de Here ook door de mond van Jesaja. Ik draag u door de moeilijkheden heen, proclameerde Hij in Jesaja 46; dat doe Ik uw hele aardse leven lang7
Asaf, de dichter van Psalm 73, merkte het reeds op:
"Gij zult mij leiden door uw raad,
en daarna mij in heerlijkheid opnemen"8.
Mensen zonder geloof moeten hun eigen bruggen bouwen. Maar de Here drxe1xe1gt Zijn kinderen door het leven heen. 

Rituelen zijn voor veel mensen de vaste basis van het leven.
Maar de doop is heel wat xe1nders. De doop is het algemeen geaccepteerd veldteken van door God gekozen aspirant-hemelingen; zij zijn erfgenamen van Zijn rijk. De doop richt de blik van ware gelovigen op het leven met God in heden, verleden en toekomst.
Laat de wereld dan maar aan de gang gaan met hoogstpersoonlijke rituelen, die aansluiten op de innerlijke beleving. Gods kinderen hebben de doop: het merkteken van Gods eeuwige trouw. 

Noten:
1. "Achter elk doopritueel zit een theologie". In: Nederlands Dagblad, dinsdag 9 augustus 2011, p. 2.
2. Zie http://www.rituelen.nu/steen7/steen7.htm .
3. Zie http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artid=19076 .
4. Zie http://www.yoeke.com/spiritueel/huureenheks.php .
5. Psalm 68:20. 
6. Jesaja 40:11: "Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden".
7. Jesaja 46:3 en 4: "Hoort naar Mij, huis van Jakob en geheel het overblijfsel van het huis Israxebl, die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af. Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u torsen; Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal torsen en redden".
8. Psalm 73:24.

augustus 10, 2011
By on 08:45